Flensverbindingen worden veel toegepast in industriële leidingsystemen en installaties. Ze zorgen voor een demontabele verbinding tussen componenten, waardoor onderhoud, inspectie en aanpassingen mogelijk blijven. Tegelijkertijd vormen flensverbindingen een onderdeel van de drukhoudende grens van een systeem. Dat betekent dat de betrouwbaarheid van de verbinding direct samenhangt met veiligheid, milieubelasting en procesbeschikbaarheid.
Wat is een flensverbinding?
Een flensverbinding bestaat in de basis uit twee flenzen, een pakking (gasket) en een set bouten/studs met moeren. Door de bouten op de juiste manier aan te trekken ontstaat een voorspankracht die de pakking gelijkmatig belast, zodat de verbinding onder bedrijfscondities lekdicht blijft. Het resultaat hangt niet alleen af van de componenten, maar vooral van de manier waarop de verbinding wordt voorbereid, gemonteerd en gecontroleerd.
Waarom flensverbindingen falen: oorzaken uit de praktijk
Het falen van flensverbindingen is meestal terug te voeren op afwijkingen in voorbereiding of uitvoering. Veel voorkomende oorzaken zijn:
- Onvoldoende inspectie of voorbereiding
Vervuilde of beschadigde afdichtvlakken, verkeerde pakkingkeuze of het onbedoeld hergebruiken van onderdelen kunnen de afdichting negatief beïnvloeden. - Onjuiste uitlijning
Als de flenzen niet correct zijn uitgelijnd, ontstaat een ongelijkmatige belasting op pakking en bouten. Dit vergroot de kans op lekkage of vervorming. - Onjuiste boutbelasting (voorspanning)
Te laag, te hoog of ongelijkmatig aanhalen leidt tot onvoldoende of niet-uniforme pakkingcompressie. Daarmee neemt het risico op lekkage toe, soms direct, soms pas na temperatuurwisselingen of drukcycli. - Afwijkende volgorde of methode van aantrekken
Aantrekken zonder stappenplan (bijvoorbeeld niet kruislings, niet in stappen) kan resulteren in “kantelen” van flenzen en ongelijk verdeelde krachten. - Variatie tussen medewerkers en omstandigheden
Flenswerk vindt regelmatig plaats onder tijdsdruk, bij beperkte toegankelijkheid of in uitdagende omgevingen. Zonder eenduidige werkinstructies en vaste controlepunten neemt variatie toe, en daarmee ook de faalkans.
Risico’s in het werkveld
De gevolgen van een niet-lekdichte flensverbinding lopen uiteen en hangen af van medium, druk en temperatuur. Mogelijke gevolgen zijn onder meer:
- blootstelling aan (gevaarlijke) stoffen,
- brand- of explosierisico’s bij bepaalde media,
- milieuschade,
- ongeplande stilstand en productieverlies,
- herstelwerk en faalkosten,
- afwijkingen bij audits of opdrachtgeverseisen door onvoldoende aantoonbaarheid.
Daarom wordt in veel organisaties gestuurd op beheersing: niet alleen “het juiste gereedschap”, maar vooral een reproduceerbare werkwijze met controle op kritische stappen.
Torque en tensioning: twee manieren om voorspanning te realiseren
Een flensverbinding functioneert goed wanneer de juiste voorspanning wordt bereikt en behouden. In de praktijk worden hiervoor twee hoofdmethoden toegepast:
- Torque (aantrekken op koppel)
Hierbij wordt een ingesteld aanhaalmoment gebruikt. Het uiteindelijke resultaat (de boutspanning) wordt mede beïnvloed door factoren zoals wrijving, smering en oppervlakcondities. - Tensioning (hydraulisch opspannen/rekken)
Hierbij wordt de bout op rek gebracht (met hydraulische apparatuur), waardoor voorspanning wordt gerealiseerd. Dit kan in bepaalde toepassingen voordelen geven in reproduceerbaarheid, mits correct toegepast en met de juiste veiligheidsmaatregelen.
De keuze voor een methode is afhankelijk van specificaties, toegankelijkheid, vereiste nauwkeurigheid, risicoprofiel en beschikbare tooling.
Wat een gecontroleerde werkwijze in de praktijk vraagt
Betrouwbaar flenswerk is het resultaat van consequente aandacht voor een aantal vaste elementen:
- Juiste identificatie van componenten (flens, pakking, bout/stud, moer, materialen en maten)
- Inspectie en conditiebeoordeling van afdichtvlakken en contactoppervlakken
- Correcte pakkinghandeling (schoon, onbeschadigd, juiste type en plaatsing)
- Consistente voorbereiding van bouten en moeren (o.a. smering volgens procedure waar vereist)
- Aantrekken volgens vast patroon en in stappen om gelijkmatige pakkingbelasting te bereiken
- Controle en vastlegging (waarden, methode, gebruikte tooling) voor aantoonbaarheid
Juist deze herhaalbaarheid maakt het verschil tussen “monteren” en “beheerst monteren”.
Aantoonbare competentie en standaardisatie
Omdat flenswerk direct raakt aan veiligheid en bedrijfszekerheid, stellen opdrachtgevers en organisaties steeds vaker eisen aan aantoonbare competentie en uniforme uitvoering. Training en periodieke herhaling zijn daarbij middelen om te borgen dat procedures, veiligheidsmaatregelen en werkwijzen in de praktijk consistent worden toegepast.
SCAVES ondersteunt dit met SOG-gerichte trajecten en kan daarnaast een Arbowet-training op maat opzetten wanneer bedrijfsprocedures, installatiespecifieke risico’s of klanteisen centraal staan.
Samenvatting
Flensverbindingen zijn technisch overzichtelijk, maar operationeel kritisch. De betrouwbaarheid hangt sterk af van voorbereiding, uitlijning, correcte pakkingcondities en gecontroleerde voorspanning. Door te werken volgens een vaste werkwijze met duidelijke controlepunten worden lekkages, incidenten en faalkosten aantoonbaar beter beheerst.
Meer informatie over trainingen
Voor organisaties die flenswerk willen standaardiseren en aantoonbaar willen borgen, biedt SCAVES vier SOG-trainingen: een basis- en herhalingstraining voor werken aan flensverbindingen volgens protocol en een basis- en herhalingstraining voor werken volgens protocol met torque & tensioning. Bekijk de trainingen via onderstaande links: